Moment ingebruikname bepalend

09-05-2018

Indien bij aankoop van een onroerende zaak het voornemen is de zaak te verkopen, mag de in rekening gebrachte btw in aftrek worden gebracht. Op het moment dat het voornemen gaat afwijken van het werkelijke gebruik moet de btw bij eerste ingebruikname worden herrekend.
Een bv kocht twee (deels in aanbouw zijnde) appartementencomplexen met de bedoeling deze te verkopen. De appartementencomplexen bestonden uit woningen en parkeerplaatsen. Omdat de bv de bedoeling had de woningen te verkopen, bracht zij de btw in aftrek. Woningen die niet werden verkocht werden verhuurd. De niet-verkochte parkeerplaatsen werden verhuurd aan huurders of eigenaren van de woningen of aan derden. Naar aanleiding van een boekenonderzoek worden naheffingsaanslagen btw opgelegd over 2011 en 2012. Volgens Rechtbank Noord-Nederland had de bv de btw terecht in aftrek gebracht op het moment van aankoop en afbouw van de appartementencomplexen. Het voornemen was immers verkoop. Echter op het moment van ingebruikname van de woningen door verhuur wijkt het voorgenomen gebruik (belaste verkoop) af van het werkelijke gebruik (vrijgestelde verhuur). De bv had dus op dat moment de in aftrek gebrachte btw moeten herrekenen. In zoverre is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of de verhuur van de parkeerplaatsen aan huurders van woningen kan worden aangemerkt als een belaste prestatie of dat de verhuur van de parkeerplaats zo nauw verbonden is met de verhuur van de woning dat het een vrijgestelde prestatie betreft. Op basis van jurisprudentie van het Europese Hof is kan de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen niet worden uitgesloten van de btw-vrijstelling als die verhuur nauw verband houdt met de vrijgestelde verhuur van een onroerende zaak die een andere bestemming heeft (de woningen) zodat beide verhuren één economische handeling vormen. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden. De rechtbank komt tot de conclusie dat verhuur van de woningen en de parkeerplaatsen als één economische handeling moeten worden gezien, waarbij de verhuur van de parkeerplaats aan huurders een bijkomende prestatie is die het fiscale lot van de verhuur van de woning deelt. Dus ook wat betreft de voor de parkeerplaatsen in aftrek gebrachte btw zijn de naheffingsaanslagen terecht opgelegd. Bron: Rb. Noord-Nederland 24-04-2018

« Terug naar actueel overzicht